Het ‘oude’ Vitesse

De eerste wortels van Vitesse dateren van het jaar 1887 toen de Arnhemsche cricket- en voetbalvereeniging Vitesse werd opgericht. De vereniging is opgericht door een groep jonge mannen, waaronder de broers Willem en Herman Hesselink. In het eerste jaarverslag van de Nederlandse Voetbal en Atletiek Bond, over het seizoen 1889/’90, wordt melding gemaakt van het toetreden van twaalf nieuwe clubs waaronder Vitesse.

Het ‘oude’ Vitesse werd na een kleine vijf jaar in november 1891 weer opgeheven omdat de vereniging niet langer kon beschikken over een geschikte speellocatie. Het zou echter niet lang duren tot een heroprichting van Vitesse.

1892 – 1922 Kampioen van het oosten

Vitesse werd op 14 mei 1892 (her-)opgericht als cricketclub. Op 10 september 1892 besloot het bestuur om naast cricket ook weer voetbal te gaan spelen. Twee jaar lang speelde Vitesse alleen vriendschappelijke wedstrijden, totdat in 1894 de Gelderse competitie van de Nederlandse Voetbal Bond (NVB) van start ging. In 1895 en 1896 werd Vitesse kampioen van de Gelderse competitie en promoveerde naar de Eerste klasse Oost die in het leven werd geroepen. Vitesse werd in 1897, 1898, 1903, 1913, 1914 en 1915 kampioen van deze klasse, daarmee plaatsten ze zich voor de kampioenscompetitie. Het resulteerde nooit in het kampioenschap en men moest genoegen nemen met 6 tweede plaatsen. In deze periode had Vitesse de beschikking over topspelers die ook actief waren in het Nederlands elftal, onder andere Willem Hesselink en Just Göbel. In 1914 werd Sutcliffe de eerste buitenlandse trainer.

Op 31 mei 1914 was Vitesse tot op de dag van vandaag het dichtst bij een kampioenschap van Nederland geweest. Vitesse streed in de kampioenscompetitie met Willem II en HVV om de prestigieuze titel. Na 3 van de 4 wedstrijden ging Vitesse met 6 punten aan de leiding, de beslissende wedstrijd werd de uitwedstrijd in Den Haag tegen de nummer twee HVV, dat aan een kleine zege genoeg had voor het kampioenschap. 2000 meegereisde Vitesse-supporters zagen hun club in de eerste helft op voorsprong komen door Willem Hesselink. In de tweede helft bracht Guus de Serière de spanning terug in de wedstrijd door een gelijkmaker te produceren. Bij deze gelijke stand mocht Lex Staal even later een strafschop nemen, de aanvoerder van Vitesse faalde echter door de bal over de lat te schieten. De 1-1 stand hield lang aan, waardoor een kampioenschap steeds dichterbij kwam voor de Arnhemmers. Dezelfde Guus de Serière gooide echter roet in het eten door slechts één minuut voor het laatste fluitsignaal uit een rebound de beslissende treffer te maken voor HVV.

Door de Eerste Wereldoorlog zag de NVB geen mogelijkheid om een normale competitie te organiseren; in plaats van in klassen werden de clubs in het seizoen 1914/1915 door nood ingedeeld in groepen. Vitesse was zoals alle Oostelijke clubs ingedeeld in groep A. Door gebrek aan concurrentie sloot Vitesse met gemak de groep winnend af, waarna het voor het Nederlands kampioenschap twee wedstrijden tegen Sparta, de winnaar van groep B, mocht spelen. Na een 2-1 zege in Arnhem volgde een 1-4 nederlaag in Rotterdam; een beslissingswedstrijd was noodzakelijk. Sparta won op 6 juni 1915 op Amsterdams terrein overtuigend met 3-0, waardoor Vitesse wederom een kampioenschap misliep.

Na het seizoen 1914/1915 kende Vitesse een terugval, er werd 5 seizoenen lang tegen degradatie gestreden. Ondanks een opleving in het seizoen 1920/1921, waarin een vierde plaats werd behaald, gebeurde op 30 april1922 het onvermijdelijke: Vitesse degradeerde na 25 jaar verblijf uit de eerste klasse.

Vitesse 19261922 – 1954 Wisselend succes

Vitesse hoefde niet lang te wachten op een rentree in de eerste klasse, na het kampioenschap van de Tweede Divisie B won Vitesse ook haar beiden promotiewedstrijden tegen Rigtersbleek, de kampioen van de tweede klasse C. Onder de Engelse trainer Robert William Jefferson presteerde Vitesse tussen 1924 en 1927 goed met een achtereenvolgens 3e, 4e en 5e eindranking in de eerste klasse en in 1927 haalde Vitesse zelfs de bekerfinale, die zij echter met 1-3 verloor vanVUC. Jeffersons vertrek voor aanvang van het seizoen 1927/1928 kwamen de resultaten niet ten goede. Vitesse bivakkeerde de seizoenen erna weer in de onderste regionen van de competitie, waar het in het seizoen 1930/1931 zelfs ternauwernood ontsnapte aan degradatie. Aan de hand van de Duitse trainerHeinrich Schwarz krabbelde Vitesse weer langzaam omhoog. De coach gaf veel jeugdige spelers een kans die later uitgroeiden tot voor Vitesse belangrijke spelers, zoals Kees Meeuwsen, Jan Dommering en Johan Ricken. In het seizoen 1932/1933 eindigde Vitesse 3e en ook het daaropvolgende seizoen werd met de 5e plaats een prima resultaat behaald. In 1935 ging het echter weer mis; Vitesse degradeerde na een dramatisch seizoen, mede door het overlijden van speler Piet Tonneman, naar de tweede klasse.

In de jaren daarop maakte Vitesse door onder andere de Tweede Wereldoorlog een sportief mindere periode mee die tot 1946 zou duren. Het lukte Vitesse maar niet om te promoveren. Vier keer eindigde de club als tweede (1936, 1937, 1939 en 1942), twee keer als derde (1938 en 1940) en in 1941 en 1944 wist Vitesse na het kampioenschap haar promotiewedstrijden niet te winnen. Pas in het seizoen 1945/1946, het jaar na de bevrijding, werd Vitesse kampioen van de Tweede Divisie om vervolgens ook de promotie-competitie winnend af te sluiten. Na een degradatie in 1948 en een promotie in 1950 deden de jonge spelers van Vitesse goed mee in de Eerste Klasse. In deze periode behaalden Sjaak Alberts en Wim Hendriks het Nederlands Elftal. In het seizoen1952/1953 pakte Vitesse zelfs de titel in de Eerste Klasse B. In de wedstrijden die er op volgden voor het kampioenschap kwamen de spelers van trainer Jan Zonnenberg echter wat te kort.

1954 – 1984 Eerste decennia betaald voetbal

Doordat de KNVB wilde vasthouden aan het amateurisme vertrokken veel spelers uit de Eerste Klasse naar het buitenland, aangezien het verder in Europa allang was toegestaan om spelers te betalen. Ook vertrokken er veel spelers naar de nieuw opgerichte Nederlandse Beroeps Voetbal Bond (NBVB), die in de zomer van 1954 een eigen competitie begonnen. Dit was ook het geval bij Vitesse, er vertrokken 7 spelers naar De Graafschap die toen voor de NBVB uitkwamen. Deze leegloop van spelers van de vaderlandse competitie had als gevolg dat het niveau schrikbarend daalde. Hierdoor kon de KNVB niet anders dan ook betalingen toe te staan. Op 27 augustus 1954 besloot het bestuur van Vitesse betaald voetbal te gaan spelen. Deze periode was voor Vitesse geen makkelijke periode. Trainer Joseph Grüber sleepte de club door deze moeilijke periode heen. Deelname aan de hoofdklasse in het seizoen 1955/1956 was een mooi resultaat.

Op 2 september 1956 werden de Eredivisie en de Eerste divisie in het leven geroepen. De eindstand bepaalde dat Vitesse in de Eerste divisie mocht uitkomen. In het seizoen 1959/1960 was de deelname aan de promotiewedstrijden het hoogtepunt. In 1962 werd Vitesse terug gezet naar de Tweede Divisie omdat men met één Eerste Divisie wilde gaan spelen in plaats van twee. Na de terugkeer van trainerGrüber in 1964 ging het sportief weer beter. In 1966 werd het kampioenschap van de Tweede Divisie behaald en volgde er promotie naar de Eerste divisie. Door een gelukkig toeval promoveerde Vitesse zelfs in 1971 naar de Eredivisie. Vitesse profiteerde van het feit dat ADO en Holland Sport fuseerden tot FC Den Haag, waardoor er een plek vrijkwam in de Eredivisie. Het verblijf duurde echter slechtst één jaar: Vitesse eindigde op de 18e en tevens laatste plek door maar 17 punten te halen, evenveel als de nummer 17 FC Volendam, wiens doelsaldo echter beter dan dat van Vitesse was.

Diverse keren nam Vitesse deel aan de nacompetitie, maar promotie zat er niet in. In 1977 werd onder leiding van trainer Henk Wullems en mede dankzij spelers zoals Herman Veenendaal, Henk Bosveld, Bosco Bursac en Peter Boeve het kampioenschap van de Eerste divisie behaald. Drie seizoenen verbleef Vitesse in de Eredivisie tussen half 1977 en half 1980, waarna het in 1980 degradeerde naar de Eerste divisie.

Theo Bos1984 – 2000 De opmars

In 1984 werd de vereniging onder de leiding van voorzitter Karel Aalbers opgedeeld in separate eenheden voor amateursport en betaald voetbal. Zo ontstond op 15 juni 1984 Stichting Betaald Voetbal Vitesse voor de professionals, en de vereniging Vitesse 1892 voor de amateurs. De nieuwe betaald voetbal stichting had een moeilijke start. Het seizoen 1984/1985 was financieel en sportief één van de moeilijkste uit de geschiedenis. Daarna herstelde Vitesse zich. In de seizoenen 1985/1986 en 1987/1988 bereikte Vitesse de nacompetitie, maar promotie zat er nog niet in. Onder het bewind van trainerBert Jacobs behaalde Vitesse grote successen. In het seizoen 1988/1989 werd Vitesse kampioen van de Eerste Divisie en was promotie naar de Eredivisie een feit.

Met spelers als Rick Hilgers, Bart Latuheru, Hans van Arum en Theo Bos bereikte men het seizoen daarop als promovendus de bekerfinale, waarin het verloor van PSV, en werd de vierde plaats behaald in de Eredivisie, waardoor Vitesse in het seizoen 1990/1991 voor het eerst UEFA-Cup voetbal mocht spelen. Daarna bleven de resultaten prima, met als hoogtepunt het seizoen 1997/1998: Vitesse eindigde met een recordaantal van 70 punten op de derde plaats en spits Nikos Machlas won door zijn 34 doelpunten de Gouden Schoen.

Tot en met seizoen het 2001/2002 eindigde Vitesse altijd bij de eerste zes en werd er negen maal deelgenomen aan het UEFA-Cup toernooi, waarin Vitesse memorabele wedstrijden heeft gespeeld tegen onder andere Real Madrid, Internazionale en Werder Bremen. Trainers van naam werden naar Arnhem gehaald zoals Herbert Neumann, Leo Beenhakker en Artur Jorge. Er werden diverse spelers uitgenodigd voor het Nederlands Elftal en op 25 maart 1998 speelde Vitesse haar eerste officiële wedstrijd in GelreDome.

Theo Janssen2000 – 2010 FC Hollywood aan de Rijn

Na het seizoen 2000/2001 kwam er een einde aan een fantastische periode voor Vitesse, zowel sportief als financieel. Op 15 februari 2000 werd voorzitter Aalbers afgezet wegens vermoedelijke fraude. Na zijn vertrek rezen de schulden tot grote hoogte, tijdens het bewind van Aalbers waren deze schulden (tegenvallende transferinkomsten, bouw van duur stadion) nog niet aan het licht gekomen. Mede door de hulp van de gemeente Arnhem en de provincie Gelderland werd Vitesse gered van een faillissement en werd een licentie voor betaald voetbal ternauwernood behouden. De financiële perikelen kwamen de resultaten op het veld niet ten goede: Vitesse streed in twee cruciale jaren (2002/2003 en 2003/2004) tegen degradatie, wat wel eens funest kon zijn voor de club.

Sportief kwam Vitesse de seizoenen erna in een rustiger vaarwater, financieel echter nog niet. Op 3 maart 2008 besloot de leiding van de Arnhemse club om surseance van betaling aan te vragen bij de rechtbank in Arnhem. Vitesse voelde zich genoodzaakt om dit te doen, nadat de gemeente Arnhem weigerden vrijwillig deel te nemen aan een crediteurenakkoord en Vitesse zonder de sanering van de schuld van € 27 miljoen vreesde voor haar voortbestaan. Uiteindelijk ging de gemeente op 17 maart tóch overstag met 23 stemmen voor en 15 tegen. Doordat de andere 61 crediteuren al ingestemd hadden kon Vitesse middels een crediteurenakkoord een schuld van € 27 miljoen saneren.

Vitesse wilde na de deal met de schuldeisers een nieuwe start maken en een einde maken aan deze rumoerige periode waarin Vitesse ook wel gekscherend FC Hollywood aan de Rijn genoemd werd. Dit was ook een van de redenen waarom Vitesse voor het seizoen 2008/2009 Aad de Mos verving voor de meer rustige en minder opvallende trainer Hans Westerhof. Ondanks de hoge verwachtingen van zowel de beleidsbepalers als de supporters liep deze periode uit op een deceptie. Na een half seizoen stond Vitesse onder Westerhof met slechts 15 punten in de onderste regionen van de Eredivisie. Op30 december 2008 besloot de clubleiding in te grijpen door trainer Hans Westerhof te ontslaan, mede door een meningsverschil over hoe het tij te keren tussen Westerhof en de clubleiding. Op 3 januari2009 kwam naar buiten dat oud-speler en -aanvoerder Theo Bos per direct was aangesteld als hoofdtrainer van de club.

In november 2008 verkreeg Maasbert Schouten, destijds eigenaar van Vitesse-sponsor AFAB, 20% van de aandelen van Vitesse. Nadat Vitesse een lening van Schouten medio 2009 niet kon terugbetalen, kwam Schouten feitelijk in het bezit van alle aandelen Vitesse; de overdracht van deze laatste aandelen werd pas in het derde kwart van 2010 geëffectueerd én wereldkundig.

Merab Jordania2010 – heden: Nieuw succes in buitenlandse handen

Op 16 augustus 2010 maakte de club bekend dat de Georgische ondernemer Merab Zjordania 100 procent aandeelhouder wordt van Vitesse. Het zogenaamde gouden aandeel blijft uit handen van de Georgiër, om zo de identiteit (waaronder naamgeving, clubkleuren en vestigingsplaats) van Vitesse te waarborgen. In een interview verklaart Zjordania dat hij kan rekenen op de financiële steun van miljardair Aleksandr Tsjigirinski. De nieuwe eigenaar wil binnen drie jaar met de Arnhemse club meespelen om het landskampioenschap, aangeduid als Project 2013. Voor dit project zal niet alleen in het eerste elftal worden geïnvesteerd, maar ook in de trainingsaccommodatie. Na het seizoen 2010/’11 wordt de doelstelling om mee te spelen in de top van de Eredivisie bijgesteld tot het jaar 2014. Inmiddels is de bouw van het nieuwe trainingscomplex begonnen en men verwacht in december 2012 klaar te zijn met de bouw.

Op 21 oktober 2010 ontsloeg Vitesse diens trainer Theo Bos, vanwege de magere resultaten en een teleurstellende 16e plaats. Op 27 oktober 2010 wordt naar buiten gebracht dat de Spaanse ex-FC Barcelona-speler Albert Ferrer de nieuwe hoofdtrainer is, daarnaast worden Stanley Menzo en de Spanjaard Albert Capellas als assistent-trainers aangesteld; Raimond van der Gouw blijft keepers-trainer. Het contract van Ferrer wordt aan het einde van het seizoen niet verlengd. Op 30 juni 2011 tekent John van den Brom een contract dat hem tot juni 2013 aan Vitesse zou verbinden. Door de Play-offs in mei 2012 winnend af te sluiten werd er Europees voetbal afgedwongen; de club keert terug op het Europese podium na een afwezigheid van 10 jaar. Op 30 mei 2012 vertrekt Van den Brom per direct naar RSC Anderlecht.

Op 1 juli 2012 werd de nieuwe trainer Fred Rutten gepresenteerd. Onder Rutten presteert Vitesse uitstekend en blijft het voor het eerst de eerste negen wedstrijden van het seizoen ongeslagen. Voor de wedstrijd tegen sc Heerenveen op 6 oktober 2012, wordt de ernstig zieke clubicoon Theo Bos een hart onder de riem gestoken door de Zuid-tribune om te dopen tot de Theo Bos Zuid-tribune. In de eerstvolgende speelronde van de eredivisie na het overlijden van Bos werd bij alle duels stilgestaan bij de dood van de clubicoon. Alleen N.E.C. en FC Twente kozen ervoor om geen minuut stilte te houden voor aanvang van hun duel. In de wedstrijd Vitesse – FC Utrecht werd het spel tijdens de 4e minuut stilgelegd om Bos te eren. Wilfried Bony droeg zijn doelpunt uit de 56e minuut op aan Theo Bos. Rugnummer 4 zal altijd blijven toebehoren aan Theo Bos. Op vrijdag 21 december 2012, precies vijftien jaar na de laatste officiële wedstrijd op Nieuw Monnikenhuize tegen FC Twente (2-1 voor Vitesse), werd op de plek van de oude hoofdingang aan de Rosendaalsweg een gedenkteken voor het roemruchte stadion onthuld. Dit gebeurde door de allerlaatste doelpuntenmaker, oud-VitessespitsDejan Curovic. Met een vierde plaats op de ranglijst na 34 speelrondes heeft Vitesse haar doel bereikt voor dit seizoen, namelijk directe plaatsing van Europees voetbal. Wilfried Bony is topscorer van deEredivisie met 31 doelpunten; hij is na Nikos Machlas de tweede topscorer die Vitesse heeft voortgebracht. Theo Janssen speelt zijn 233e Eredivisiewedstrijd voor Vitesse, een evenaring van het clubrecord van Theo Bos. Na afloop van de wedstrijd wordt het elftal gehuldigd voor het behaalde seizoensresultaat; tevens wordt afscheid genomen van Michihiro Yasuda. Bony was dit seizoen de beste voetballer van de eredivisie en is daarmee de winnaar van de Nederlandse Gouden Schoen 2012/’13. Marco van Ginkel is gekozen tot talent van het jaar in de eredivisie. Op 18 mei 2013 heeft Fred Rutten de club laten weten niet in te gaan op het voorstel om zijn contract in Arnhem te verlengen. Volgens Rutten is er geen conflict tussen hem en clubeigenaar Merab Jordania, maar blijkt dat hun visies te ver uiteen lopen.

Bron: Wikipedia