Mogelijkheden en beperkingen.

Een tussenbalans na deze wedstrijd heeft een aantal positieve elementen. Vitesse staat na een zwaar programma op een knappe derde plaats, heeft met een gelijkspel concurrent-subtopper FC Utrecht op afstand gehouden en op de concurrenten AZ en Heerenveen een punt gewonnen. Verder is de ploeg na een onverdiende achterstand goed teruggekomen en heeft daarmee mentaliteit getoond.

Dat mag allemaal zo zijn, er moet ook op een andere manier naar de prestaties wordt gekeken en dan valt het tussentijdse oordeel een stuk negatiever uit. Om te beginnen noteren we de bekerflater tegen Swift, waar ik het verder niet over wil hebben, zo schandalig is die. Daar komt bij dat het spelpeil in andere wedstrijden op veel momenten beneden het niveau heeft gelegen dat van deze ploeg mag worden verwacht. Om me tot de laatste duels te beperken, noem ik in dit verband het laatste halfuur tegen VVV Venlo, de tweede helft tegen Ajax en de eerste zeventig (!) minuten tegen FC Utrecht.

Trainer Fraser was zeer tevreden en reageerde tegen zijn gewoonte in wat grimmig, toen een journalist hem wees op de hoge mate van saaiheid van de wedstrijd. FC Utrecht was toch een sterke opponent en zijn ploeg had toch maar mooi controle gehad, zo was ongeveer zijn verhaal. Ik ben zo vrij om daar forse kanttekeningen bij te plaatsen.

In de eerste plaats, en dat vind ik het belangrijkste, mag van Vitesse, zeker op eigen veld, worden verwacht dat het aantrekkelijk voetbal speelt. Dat betekent dat nadrukkelijk voor de aanval moet worden gekozen. Er moet tempo worden gemaakt en daar waar dat kan, initiatief worden genomen en naar voren worden gespeeld. Dat zal tegen topploegen in vorm niet altijd mogelijk zijn, maar tegen het op dit moment tobbende FC Utrecht kon dat natuurlijk wel. Op het vervelende, trage schaakvoetbal van deze zondagmiddag zit niemand te wachten. Ik denk ook niet dat dat meer resultaat oplevert, dat bleek wel toen Vitesse in de laatste twintig minuten wél vol voor de aanval koos. Jammer dat een achterstand nodig was om te bewijzen dat het ook anders kan.

In de tweede plaats vind ik schrijnend om de goede voetballer Serero steeds tussen de twee centrale verdedigers aan de bal te zien komen. Hij is maar klein, maar fungeert in figuurlijke zin als grote broer voor de zwakke opbouwers Kashia en Miazga. Verdedigend staan die twee hun mannetje meestal wel, maar dat zij niet in staat zijn om ballen snel één of twee linies vooruit naar de juiste kleur te spelen, vind ik zorgelijk en ergerlijk tegelijk. Wat dat betreft mis ik de door velen niet op waarde geschatte Van der Heijden en is Kruiswijk als hij weer fit is links in het centrum ook een verbetering.

Ik vond Serero zoals gewoonlijk goed spelen, verder was er een dikke voldoende voor Foor. Jammer dat een verkeerde pass van hem de tegengoal inluidde. Beste man van het veld was Rashica. Wat een gretigheid, loopvermogen en handigheid aan de bal. Hij was alleen met overtredingen af te stoppen. Onbegrijpelijk dat de Gelderlander hem slechts met een 6,5 waardeerde. Zonder de Kosovaar zou de aanval deze middag niets hebben voorgesteld. Je moet er niet aan denken dat hij geblesseerd raakt.

Met Heracles en SC Heerenveen uit en PSV thuis en een Europees tussendoortje bij Zulte Waregem komt er een serie zware duels aan die de toon voor de rest van de competitie zullen zetten. Ik denk nog steeds dat deze groep mogelijkheden heeft, maar zie intussen ook beperkingen die mijn aanvankelijke optimisme over het seizoen enigszins temperen.

Vitesse-FC Utrecht 1-1

  1. Dessers 0-1, 76. Mount 1-1.