Instabiel presteren is de norm van dit seizoen.

Belabberd spelen en toch drie punten binnenhalen. Dat is lekker, maar tegelijkertijd verhult het de werkelijke situatie. Wie het ten einde lopende seizoen analyseert, zal moeten vaststellen dat Vitesse van de negenentwintig gespeelde competitiewedstrijden hooguit een wedstrijd of drie een stabiele prestatie heeft geleverd. In alle andere wedstrijden was het matig tot slecht, op zijn minst in delen daarvan. Dat betekent dus dat instabiel presteren de norm van dit seizoen is, de enkele uitschieter naar boven is niet maatgevend.

Bij Heracles Almelo lukte het de Arnhemse formatie zelfs tegen tien man niet om het duel naar haar hand te zetten. Het was aan enkele fraaie reddingen van doelman Room en een portie geluk te danken dat er geen averij werd opgelopen tegen deze toch bepaald niet grootse tegenstander. Vitesse kreeg in de eindfase weliswaar ook een drietal goede kansen, maar de ploeg gaf het dappere Almelose tiental veel te veel ruimte, bleef onnodig achterin hangen en stapelde op het middenveld en in de voorhoede slordigheid op slordigheid.

Met Büttner en Diks erbij had ik gedacht dat Vitesse over een veel sterker backstel zou komen te beschikken, maar dat blijkt nog steeds niet het geval. Búttner mocht eindelijk in de basis starten, maar is onherkenbaar ten opzichte van zijn eerdere periode bij Vitesse. Toen vrat hij zijn directe tegenstanders op en denderde er regelmatig overheen. Nu beweegt hij traag, lijkt hij bij sprints pap in de benen te hebben. Hoe slecht moet de conditie van deze toch goede voetballer wel niet zijn geweest, toen hij in Arnhem arriveerde.

Dan Diks. Ik zie hem bij tackles regelmatig slecht timen, hij loopt volledig onnodige gele kaarten op en loopt af en toe vervelend te mekkeren tegen scheidsrechters. Aanvallend heeft hij bovendien nauwelijks inbreng. Zolang hij zo speelt, heeft hij geen enkele meerwaarde en hoeft niemand er rouwig om te zijn dat hij zaterdag tegen SC Heerenveen geschorst is.

Het middenveld was ook tegen tien man los zand en de twee spelers voorin waar Vitesse het van moet hebben, Van Wolfswinkel en Rashica, konden dit keer geen potten breken. Van Foor was ook weinig te zien, maar die scoorde in ieder geval nog fraai.

Al met al een vrij treurige balans, die geen goed gevoel geeft in de aanloop naar de seizoenbepalende wedstrijd tegen AZ in De Kuip. Als het team van Fraser daar niet vele malen beter presteert, is de kans groot dat de club een van haar grootste frustraties uit de honderdvijfentwintigjarige geschiedenis gaat oplopen. Er resten Fraser en zijn mannen nog ruim drie weken om zich klaar te stomen voor een prestatie die uitstijgt boven het normniveau van dit seizoen. Lukt dat niet, dan gaan na afloop achttienduizend diep teleurgestelde Vitesse-aanhangers bus of auto in en aanvaarden een troosteloze terugreis.

Heracles Almelo – Vitesse 0-1

  1. Foor 0-1.
  • Maarten Liesker

    Een finale staat altijd op zich. Voetballers stijgen dan soms boven zichzelf uit of verstijven juist van angst. Daarbij moeten wij ook niet doen alsof AZ een topploeg heeft. Ik ben het er helemaal mee eens, dat Vitesse gisteren slecht speelde en het nodige geluk had. Maar nu al wanhopen voor de finale gaat mij nog even te ver. Daarbij is slecht spelen en toch winnen ook een kwaliteit.